EP verkiezingen: wat te doen?
24 april 2009
De Europese verkiezingen op 4 juni gaan over van alles en nog wat, maar niet over de Europese politiek van Brussel, Straatsburg en de Europese hoofdsteden. Ze zullen gaan over hufterigheid en criminaliteit, perverse bonussen en falende banken, de invloed van de Islam en de economische crisis. Het is kortom een populariteitspeiling voor dit kabinet en een mogelijkheid voor kiezers om hun onvrede te uiten.
De traditionele partijen doen echter net alsof het wel zal gaan over de Europese politiek. Ze hebben ook weinig keuze. Er zijn ontelbare debatten in zaaltjes voor groepen met bepaalde belangen of interesses, zoals vakbonden, studentenverenigingen, maatschappelijke organisaties en de politieke partijen zelf. Debatten die worden georganiseerd door hen die weten dat invloed in Brussel van belang is voor het doel dat ze nastreven. Sporadisch zullen de journaals en actualiteiten programma’s aandacht aan de verkiezingen besteden en er zullen een paar lijsttrekkersdebatten op tv zijn. Ook zullen de partijen op de markt staan, posters plakken en spotjes uitzenden. Net een gewone campagne dus, maar de schijn bedriegt. Parallel aan de officiële campagne vindt een andere strijd plaats, die uiteindelijk bepalend is voor de uitkomst.
Het is de strijd die van dag tot dag plaatsvindt in het parlement en in de media. De Europese verkiezingen als thermometer in de samenleving. Op subtiele wijze zullen de grote gevestigde partijen daar in hun campagne mee om gaan. “Geef een signaal tegen dit kabinet” was voor de PvdA de leidende leuze in 2004. In zwart-wit spotjes, uitgezonden via lokale media, werden de Europese verkiezingen (onder de radar) gereduceerd tot een populariteitspeiling over het toenmalige zeer impopulaire kabinet Balkenende 2. De PVV en de SP zullen het in de komende campagne zonder schroom snoeihard spelen. Simpele keuzes, daar zal het omgaan. Ben je voor of tegen Europa? Ben je voor of tegen Turkije? Wil je meer of minder Islam? Voor of tegen de markt? Voor of tegen onverdoofd castreren van varkens? Voor of tegen de verhoging van de AOW-leeftijd? Geholpen door de immens populaire Stemwijzer zullen mensen hierdoor hun stem laten bepalen.
Slecht nieuws voor de gevestigde partijen, die genuanceerd denken over Europese samenwerking en uitbreiding. Partijen die graag een intelligent debat voeren en tijd nodig hebben om hun standpunten uit te leggen. Tijd die ze niet zullen krijgen in de “echte”campagne. Ze zullen dus op zoek moeten naar argumenten, die in principe losstaan van de Europese verkiezingen. Ze worden echter “geholpen” door de huidige economische crisis, die ook een Europese kant heeft. “Zonder de Euro, was Nederland nu IJsland”, zegt PvdA lijsttrekker Berman niet voor niets. De crisis biedt ook electorale kansen en een potentiële uitweg voor de regeringspartijen.
We gaan dus een in potentie heftige campagne over nationale problemen tegemoet, maar waarom komt het echte debat over de Europese politiek van Brussel, Straatsburg en de Europese hoofdsteden niet van de grond? Er gaapt een gigantisch democratisch gat in onze samenleving en dat is zorgelijk. Het is namelijk niet zo dat Europese politiek er niet toe doet, zoals bijvoorbeeld bij de waterschappen of de provincies het geval is. In tegendeel, een steeds groter aandeel van onze wet- en regelgeving komt uit Brussel. Een kleine elite van ambtenaren, nationale en Europese politici, lobby organisaties en maatschappelijke groepen, het bedrijfsleven en vakbonden bepalen de richting van de Europese Unie, zonder dat het electoraat daar zicht of invloed op heeft. Kan deze onwenselijke situatie veranderen?
Het zal moeilijk worden. Een simpele communicatiewet wordt ten aanzien van de Europese politiek namelijk met voeten getreden. Om een afgewogen keuze te maken moeten mensen eerst over voldoende kennis en informatie beschikken, waarmee ze vervolgens kunnen wikken en wegen om een beslissing te nemen. Bij de aanschaf van een nieuwe auto laat een gemiddeld persoon zich eerst informeren over de mogelijke modellen, gaat daarna met zijn omgeving in gesprek en neemt dan een beslissing. En dan nog doen veel mensen op emotie gebaseerde impulsaankopen! Het probleem met Europese politiek is dat er geen simpele uitleg is over hoe de democratie op dit niveau werkt en dat heeft geleid tot een electoraat zonder democratische basiskennis. Als je mee wilt praten moet je op zijn minst een cursus gevolgd hebben en liefst een opleiding aan een HBO of universiteit. Dit is de dood in de pot voor de democratie. Alleen een elite kent de nuances van de bevoegdheden van het Europees parlement, de machtsverdeling tussen de verschillende instituties en de subtiele beïnvloeding door belangenorganisaties in comités. Het is kortom hogere wiskunde. Een oplossing kan zijn om mensen veel beter voor te lichten, maar is dat realistisch?
In mijn optiek is dat helaas een kansloze zaak. Op deelonderwerpen valt mensen nog wel het een en ander bij te spijkeren, maar in het algemeen zal de gemiddelde kiezer zich machteloos voelen bij zoveel ingewikkelde onduidelijkheid. Op de Europese kiezersmarkt zullen burgers vasthouden aan het vertrouwde merk, een impulsaankoop doen of de aankoop uitstellen en thuisblijven. De hoge opkomst bij het referendum in 2005 bewijst naar mijn mening dat alleen een vergaande democratisering en een drastische versimpeling van de Europese democratie verandering kunnen brengen in dit patroon. Pas als dit zover is, zullen de Europese verkiezingen daadwerkelijk over Europese politiek gaan.
Arjen Berkvens
Directeur Alfred Mozer Stichting Campagne adviseur voor de PvdA bij de Europese verkiezingen in 2004 |