Laat het EU-enthousiasme op de Balkan niet verlopen
6 april 2009
In de westelijke Balkan is de steun voor de Europese Unie nog relatief hoog, maar hij loopt wel terug. Om te weten te komen hoe het beleid uit Brussel ter plaatse wordt ervaren, volgden Jan Marinus Wiersma en Ivana Petričević een half jaar lang het publieke en politieke debat over de toetreding in voormalig Joegoslavië op radio en televisie, in de kranten, en door interviews en persoonlijke gesprekken. Naar aanleiding hiervan roepen zij beleidsmakers op een 'Balkanbril' op te zetten en de integratie ook eens vanuit het oogpunt van de toetreding te bekijken in plaats van de uitbreiding.
Door Jan Marinus Wiersma en Ivana Petričević Volgens een onderzoek uit 2008 van de Gallup Balkan Monitor, dat onderzoek doet naar publieke opinie in de regio over de EU, ondersteunt de meerderheid van de lokale bevolking de toetreding tot de EU. Kosovo voert de boventoon met 89 procent. De inwoners van westelijke Balkan verwachten hogere lonen, visum vrij reizen, betere gezondheidszorg, kwalitatief onderwijs en over het algemeen een groei in de levensstandaard. Visa vrij reizen staat bovenaan het verlanglijstje van vrijwel iedereen in de regio. Ivana Bartulović, studente uit Belgrado, hoopt op een Erasmus uitwisseling en Zdravko Cvjetković, student aan de kunstacademie in Sarajevo, hoopt op een visum om in het Rijksmuseum een echte Rembrandt te kunnen zien. Behalve hoop op een beter leven na toetreding tot de EU is er ook kritiek op het huidige beleid uit Brussel. Van het Europese beleid van ‘sticks and carrots’ – ‘straf’ als het slecht gaat en ‘snoep’ als ze het goed gaat - voelen de inwoners van de westelijke Balkan vooral de ‘sticks’. Over Kroatië zegt Ivan Grdešić, docent politicologie aan de universiteit van Zagreb, dat ‘de mensen voelen dat de EU hun prestaties nauwelijks erkent en dat er weinig zekerheid bestaat over de resultaten van hun inspanningen’. Ook vraagt hij vraagt zich af ‘hoe lang een hongerig paard achter een wortel aan kan rennen’. Wat in het lokale toetredingsdebat opvalt is de wens naar meer 'carrots', dus zichtbare resultaten. Mensen willen voelen dat ze erbij horen. Verder is er op de westelijke Balkan forse kritiek op het feit dat in het toetredingsproces vaak één lidstaat de boventoon voert om zijn nationale belangen te behartigen of nationale opvattingen door te drukken. Gesprekken krijgen het karakter van een bilateraal overleg, terwijl het gaat om toetreding tot de EU als geheel. Zo heeft Slovenië onlangs zijn veto uitgesproken over onderhandelingen met Kroatië, bemoeilijkt Griekenland de voortgang van het overleg met Macedonië en heeft Nederland het interim akkoord met Servië geblokkeerd. Ter plaatse is hier veel kritiek op. Lokale politici verwachten een gezamenlijk optreden van de EU. De Kroatische president Stjepan Mesić noemde het grensgeschil met Slovenië ‘een probleem van Brussel’. Ook de kwestie tussen Nederland en Servië heeft in Belgrado veel stof doen opwaaien. Servië en de EU hebben een Associatie- en Stabilisatieverdrag ondertekend, maar dit verdrag kan vanwege Nederlandse tegenwerking niet van kracht worden. Nederland weigerde het verdrag te ratificeren wegens, volgens Verhagen, ‘onvoldoende samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal’ (arrestatie van oud-generaal Ratko Mladić). Serviërs konden moeilijk begrijpen dat wat voor de meeste lidstaten een positief oordeel was van de hoofdaanklager van het Haagse Joegoslavië-tribunaal, door Nederland werd beschouwd als 'onvoldoende samenwerking'. De Servische krant Večernje Novosti berichtte dat Nederland Servië onrecht had aangedaan: ‘Dat één minister het recht in zijn handen heeft genomen is niet rechtvaardig’. President Boris Tadić reageerde als volgt: ‘Vanwege de tragedie van Srebrenica, die een interne politieke zaak is geworden in Nederland, kan dit land niet vrij oordelen als het gaat om de Europese toekomst van Servië’. Een bijkomend gevaar van bilaterale politiek is dat toekomstige lidstaten deze gaan overnemen, dan keert Kroatië zich tegen Servië, Servië tegen Bosnië enzovoort. Het geval van Servië wijst volgens de Servische Ambassadrice bij de EU, Roksanda Ninčić, op het ontbreken van een duidelijke boodschap vanuit de EU. Ter plaatse wordt de algemene uitbreidingspolitiek als inconsistent en onduidelijk ervaren, en soms zelfs als dubbelzinnig. Zo wordt in Servië met scheve ogen gekeken naar het visum vrij reizen voor de inwoners van Kroatië. Andere landen in de regio noemen juist de voorkeursbehandeling van Servië door de EU: vanwege zijn verleden, waarin het land optrad als agressor (in BiH en Kosovo), wordt Servië als het ware 'voorgetrokken' door de EU. Het EU beleid wordt mede ingegeven door steun aan democratie en de positieve invloed hiervan op de regio (tegen sterke Russische invloed). Als de EU Servië 'kwijt raakt' dan gaat de regio 'verloren'. Vanwege zijn sterke geopolitieke positie wordt Servië over het algemeen soepeler behandeld en worden EU besluiten aangaande Servië sneller genomen, want het land fungeert als de 'motor' van de regio. Nederland zou dit tegenhouden om 'fair' te zijn tegenover elk land en om meer evenwicht te vragen. Verder krijgt de bevolking van voormalig Joegoslavië voortdurend te horen dat alles draait om het vervullen van de voorwaarden, terwijl de Servische politicoloog en Balkandeskundige Dušan Reljić vaststelt dat niet de inspanningen van de kandidaten, maar de interne politieke fricties binnen de EU bepalend zijn voor de toetreding. Lidstaten kunnen uiteenlopend en zelfs afwijzend reageren op een kwestie. Dat bleek in juni 2008 na het Ierse 'nee' op het Verdrag van Lissabon. Veel regeringsleiders wilden toen eerst intern orde op zaken stellen en dan pas instemmen met een verdere uitbreiding van de EU. Dit was vooral nadelig voor Kroatië. Een ander punt dat in voormalig Joegoslavië op onbegrip stuit, is het feit dat de huidige voorwaarden voor toetreding strenger zijn dan de voorwaarden bij vorige uitbreidingen. De extra maatregelen ter bevordering van stabiliteit in het voormalige Joegoslavië van na de burger oorlog - zoals samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal, regionale samenwerking en terugkeer van vluchtelingen - worden als oneerlijk en veeleisend ervaren. De ambassadeur van Macedonië bij de EU, Blerim Reka, benadrukt dat de toetreding nu per land wordt behandeld en dat de onderhandelingsagenda langer is geworden. De criteria behoren niet te worden afgezwakt, maar de Europese droom kan sneller waarheid worden door duidelijke voorwaarden en een eenduidige boodschap, gelijke maatstaven, erkenning van positieve hervormingen, bereidheid om als een unie bilaterale geschillen op te lossen, meer ‘carrots’ en versterking van het gevoel van erbij horen en gewaardeerd worden. Alleen zo kunnen de twee partners in de toekomst spreken van een Europese Unie van wel 34 lidstaten. |