Macedonië een stap dichter bij de EU?

27 maart 2009

Skopje

Op zondag 22 maart vonden de presidentiële- en gemeenteraadsverkiezingen in Macedonië plaats. Nadat de grote meerderheid van de stemmen was geteld, bleek de kandidaat van de conservatieve partij VMRO-DPMNE (Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid – Macedonische Revolutionaire Organisatie) Gjorgji Ivanov met 37% de meeste stemmen te hebben gekregen.

 

Danijel Tadic, project manager AMS

Kandidaat van de Sociaal Democratische Unie van Macedonië (SDSM), Ljubomir Frckovski werd tweede met 19% van de stemmen, terwijl de onafhankelijke kandidaten Ljube Boskoski en Imer Selmani van de partij van de Nieuwe Democratie 14% van de stemmen kregen. Tenslotte gaf 7% steun aan Agron Buxhacu van de Democratische Unie voor Integratie, 4% aan Nano Ruzin van de Liberaal Democratische Partij en 3% aan Miruxe Hoxha van de Democratische Partij van Albanië. Omdat geen van de kandidaten een meerderheid van de stemmen heeft gekregen is een tweede ronde vereist waarin de kandidaten met de meeste stemmen, Ivanov en Frckovski, het tegen elkaar zullen opnemen. Het is hierbij een vereiste dat tenminste 40% van het electoraat zijn stem uitbrengt.

Wat wil deze uitslag zeggen en wat zijn de vooruitzichten voor de tweede ronde? De kandidaat van de regerende partij heeft duidelijk gewonnen. De sociaaldemocraten laten zich echter niet uit het veld slaan en wijzen op het feit dat de steun voor de conservatieven gedaald is van 49% tijdens de parlementsverkiezingen van 2008 tot 34% nu. Daarnaast heeft volgens de SDSM 65% van kiezers hun steun gegeven aan pro-Europese kandidaten, waarbij ze  Ivanov van VMRO-DPMNE in het anti-Europese kamp plaatsen, wat zeker niet helemaal terecht is. Ivanov mag zich wel nationalistisch uiten en het handelen van zijn partij in de naamskwestie met Griekenland, waar verderop uitgebreider op zal worden ingegaan, zal zeker niet bevorderend voor het Europese integratieproces, het doel van VMRO-DPMNE blijft een Macedonië in de context van de EU.

De winnaar van de eerste ronde, Ivanov, lijkt ook in de tweede ronde de grootste kanshebber te zijn. Veel is echter afhankelijk aan wie de kandidaten die niet meer in de race zijn hun steun zullen geven. Imer Selmani, goed voor 14% van de stemmen, heeft benadrukt geen steun te willen uitspreken voor de kandidaten in de tweede ronde, maar moedigde wel zijn stemmers aan om hun stem niet verloren te laten gaan. De andere kandidaat die 14% van de stemmen kreeg, Ljube Boskoski, lijkt aan de kant van de Frckovski te gaan staan, terwijl de kandidaten van de Democratische Unie voor Integratie (DUI) (4%) en de Liberaal Democratische Partij (3%) vanwege hun ideologische achtergrond en het feit dat DUI in de regering zit met VMRO-DPMNE hun steun waarschijnlijk aan Ivanov zullen geven.

In tegenstelling tot de parlementsverkiezingen die in juni 2008 plaatsvonden, verliepen deze verkiezingen vreedzaam en voldeden ze grotendeels, volgens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), aan de internationale democratische standaarden. Daarnaast hebben de Macedonische autoriteiten en de leiders van de politieke partijen door hun inzet ervoor gezorgd dat de verkiezingen vredig en soepel verliepen. Desalniettemin zijn de kiezers, met name in overheidinstellingen en aan de overheid gerelateerde instanties, volgens de OVSE onder druk gezet om op de regerende partij te stemmen. De verder zeer positieve beoordeling van de OVSE, die later ook door de Europese leiders werd bevestigd, is zeer belangrijk voor het land omdat het houden van vrije en eerlijke verkiezingen een voorwaarde was om het Europese integratieproces voort te zetten.

Lange tijd was Macedonië het voorbeeld voor de regio. Het land kende geen grote conflicten, de opbouw van de staat verliep vrij voorspoedig en in 2008, nadat het Stabilisatie- en Associatie Akkoord (SAA) in 2005 werd ondertekend, werd Macedonië kandidaat-lid voor de Europese Unie. Vrijwel verzekerd van een toekomst in de Europese familie leek Macedonië achterover te gaan leunen. De hervormingen die het EU integratieproces met zich meebrengt bleven achterwege, de onregelmatigheden en het geweld tijdens de parlementsverkiezingen van 2008 tastten de geloofwaardigheid van het democratisch functioneren van het land aan en Macedonië raakte verzeild in een langdurige ruzie met Griekenland over de naam van Macedonië die het nationalisme in het land voedde. Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM), is de officiële naam van het land. Terwijl het voor het etnisch verdeelde en kleine Macedonië van groot belang is een naam te hebben waaraan de Macedoniërs voor een grote deel hun identiteit aan kunnen ontlenen, blijft Griekenland de toetreding van het land tot de NAVO en de EU blokkeren omdat het een noordelijke provincie heeft die Macedonië heet. Grieken geven aan bang te zijn dat Macedonië territoriale aanspraken kan maken op delen van Griekenland als het de naam Macedonië krijgt. In werkelijkheid lijken de Grieken het bestaan van Macedoniërs als volk met een eigen taal, kerk en land te willen ontkennen.

Ondertussen houdt de regering in Macedonië, onder leiding van VMRO-DPMNE de naamskwestie hoog op de politieke agenda en in het publieke debat. Hierbij wordt het gebruik van nationalistische retoriek zelden vermeden, wat in een land dat gekenmerkt wordt door grote maatschappelijke en etnische verdeeldheid, met name op het platteland, tussen de Macedoniërs en Albanezen geen recept is voor een vreedzame multi-etnische samenleving. De Albanezen, die hun eigen taal spreken, eigen televisiezenders kijken en op eigen politici stemmen maken volgens de officieuze cijfers 40% van de bevolking uit. Het volgende voorbeeld is typerend voor deze verdeeldheid. De Macedonische bewoners, die het orthodoxe geloof aanhangen, van stadje Negotino vroegen toestemming aan de lokale priester om op een Albanese kandidaat te stemmen omdat deze, in tegenstelling tot andere kandidaten, zich niet denigrerend heeft uitgelaten tegenover andere kandidaten. De priester gaf zijn zegen en deze Macedoniërs uit Negotino overwogen serieus om op een Albanees te stemmen.

Met het vestigen van alle aandacht op de naamskwestie lijkt het dat de regering aandacht probeert af te leiden van de echte problemen in het land. De economische crisis is hard ingeslagen, de hervormingen komen slecht van de grond en de corruptie blijf een probleem. Het is van groot belang dat Macedonië deze problemen aanpakt om het vooruitzicht op de toetreding tot de EU concreter te maken. Daarbij zullen zowel Macedonië als Griekenland zich constructiever moeten opstellen om het naamsgeschil op te lossen. Als aan een oplossing voor deze uitdagingen gewerkt wordt zal de EU hopelijk de definitieve handreiking aan het land doen en zich daarbij niet laten tegenhouden door de uitbreidingsvermoeidheid van sommige lidstaten. Maar eerst zal Macedonië zich in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, die op 5 april zal plaatsvinden, zich tegenover de EU weer moeten bewijzen.